Terug naar overzicht
Mike Lehnkering Mike Lehnkering
± 5 min

Waarom vergeten we wat we hebben geleerd?

Waarom vergeten we wat we hebben geleerd?

Je hebt iets geleerd. Je hebt geoefend. Misschien heb je er zelfs een examen over gedaan.

En toch kun je het maanden later niet meer zo snel terughalen.

Hoe kan dat?

Waarom weten we soms nog precies dat we iets geleerd hebben, maar lukt het ons niet meer om de informatie zelfstandig op te halen? En waarom kan een handeling die tijdens een opleiding vanzelfsprekend leek, maanden later ineens minder soepel verlopen?

Het antwoord begint bij een van de bekendste concepten uit de leerpsychologie: de vergeetcurve van Ebbinghaus.

Voor iedereen die werkt met eerste hulp, veiligheid, zorg of andere vaardigheden waarbij correct handelen belangrijk is, is dit meer dan interessante theorie. Het laat zien waarom leren niet ophoudt wanneer een opleiding is afgerond.


De vergeetcurve van Ebbinghaus

De Duitse psycholoog Hermann Ebbinghaus was een van de eerste wetenschappers die het menselijk geheugen systematisch onderzocht.

Aan het einde van de negentiende eeuw onderzocht hij onder andere hoe goed mensen nieuwe informatie konden onthouden nadat zij die hadden geleerd. Hij gebruikte daarvoor betekenisloze lettergrepen. Daarmee probeerde hij te voorkomen dat bestaande kennis of betekenis zijn resultaten zou beïnvloeden.

Ebbinghaus ontdekte een duidelijk patroon: na het leren neemt de herinnering aanvankelijk relatief snel af. Naarmate de tijd verstrijkt, wordt de afname geleidelijker.

Dit patroon werd later bekend als de Ebbinghaus forgetting curve, oftewel de vergeetcurve van Ebbinghaus.

Meer dan een eeuw later onderzochten Murre en Dros opnieuw het klassieke experiment van Ebbinghaus. Zij vonden opnieuw een vergelijkbaar patroon en concludeerden dat de klassieke vergeetcurve kon worden gerepliceerd (Murre & Dros, 2015).

Een belangrijke nuance

De vergeetcurve is geen universele formule die voorspelt hoeveel procent van een bepaalde kennis iemand na één dag, één week of één maand vergeten is.

De oorspronkelijke experimenten van Ebbinghaus gingen over specifieke leeromstandigheden en betekenisloze informatie. Eerste hulp leren is iets heel anders.
De snelheid waarmee informatie minder toegankelijk wordt, wordt onder andere beïnvloed door:

  • de aard en moeilijkheid van de informatie;

  • voorkennis;

  • de manier waarop de informatie is geleerd;

  • de betekenis en context van de informatie;

  • hoeveel aandacht iemand tijdens het leren had;

  • hoeveel de kennis daarna wordt gebruikt;

  • en hoe vaak de informatie opnieuw wordt opgehaald.

De vergeetcurve moet daarom vooral worden gezien als een model dat het principe van vergeten inzichtelijk maakt, niet als een stopwatch van het menselijk geheugen.


Vergeten betekent niet altijd dat informatie verdwenen is

Een belangrijk onderscheid binnen het geheugenonderzoek is het verschil tussen informatie niet kunnen ophalen en informatie niet meer opgeslagen hebben.

Soms lijkt informatie verdwenen, maar blijkt die informatie bij opnieuw leren sneller beschikbaar te komen.
Ebbinghaus onderzocht dit al met het begrip savings. Wanneer iemand informatie opnieuw leert, kan dit sneller gaan dan de eerste keer. Het eerdere leren heeft dus nog steeds invloed.
Dat betekent dat leren niet noodzakelijk volledig verloren gaat wanneer we iets niet meer direct kunnen reproduceren.
Je kunt iets niet meer zelfstandig kunnen vertellen, maar het toch sneller opnieuw leren wanneer je ermee wordt geconfronteerd.
Dit onderscheid is belangrijk.
Voor praktische vaardigheden is vooral de volgende vraag relevant:

Kan ik de kennis of vaardigheid op het juiste moment beschikbaar krijgen?


Weten is niet hetzelfde als kunnen

Stel dat je tijdens een opleiding leert hoe je moet handelen bij een bewusteloos slachtoffer.
Tijdens de opleiding kun je misschien moeiteloos de stappen benoemen.

Maar een echte situatie vraagt meer.
Je moet:

 

  • de situatie herkennen;

  • bepalen wat de prioriteit heeft;

  • informatie interpreteren;

  • beslissingen nemen;

  • handelingen uitvoeren;

  • communiceren met anderen;

  • en ondertussen blijven beoordelen of de situatie verandert.

Dat is meer dan kennis reproduceren. Het is competent handelen in een bepaalde context.
Daarom is het onderhouden van praktische vaardigheden minstens zo belangrijk als het onderhouden van theoretische kennis.

Een hulpverlener moet niet alleen kunnen vertellen wat hij moet doen, maar moet het ook daadwerkelijk kunnen uitvoeren op het moment dat het nodig is.


Retrieval practice: kennis actief ophalen

Een belangrijk inzicht uit modern leeronderzoek is retrieval practice.
Retrieval practice betekent dat je informatie actief probeert op te halen uit je geheugen.
Het verschil lijkt klein, maar is didactisch belangrijk.

Bijvoorbeeld:

Opnieuw lezen
“Bij een bewusteloos slachtoffer voer ik de volgende stappen uit…”

of:

Actief ophalen

“Wat doe ik wanneer ik bij een bewusteloos slachtoffer kom?”


Bij retrieval practice probeer je het antwoord eerst zelf te geven.
Onderzoek van Roediger en Karpicke laat zien dat het actief testen van het geheugen de latere retentie kan verbeteren. Dit wordt ook wel het testing effect genoemd. In hun onderzoek bleek testen voor het langetermijnonthouden van informatie effectiever te kunnen zijn dan simpelweg opnieuw bestuderen (Roediger & Karpicke, 2006).

Dat betekent niet dat lezen nutteloos is.
Het betekent dat alleen opnieuw lezen een minder krachtige manier kan zijn om kennis langdurig beschikbaar te houden dan wanneer je jezelf ook regelmatig dwingt de kennis actief op te halen.

Een eenvoudig voorbeeld
In plaats van vijf keer te lezen: “Wat zijn de stappen bij een bewusteloos slachtoffer?”

kun je het boek of de richtlijn dichtdoen en jezelf de vraag stellen. Probeer het antwoord uit je geheugen te geven. Daarna controleer je het antwoord.
Juist het moment waarop je moet nadenken en ophalen, is onderdeel van het leren.


Spaced practice: leren verspreiden over de tijd

Een tweede belangrijk principe is spaced practice, ook wel distributed practice genoemd.

Hierbij worden leeractiviteiten over meerdere momenten verspreid.

In plaats van: één keer veel leren
kies je voor: meerdere keren opnieuw leren en ophalen.

Cepeda en collega's onderzochten dit in een grote meta-analyse van 317 experimenten. Hun resultaten ondersteunen het gebruik van gespreid leren voor langdurige retentie (Cepeda et al., 2006).

Het optimale interval is niet voor iedere situatie hetzelfde. Het hangt onder andere af van hoe lang de informatie beschikbaar moet blijven en hoeveel tijd er tussen de leermomenten zit.

Het belangrijke principe is:
Leren wordt sterker wanneer je niet alleen opnieuw leert, maar wanneer je het leren over de tijd verspreidt.

Voor praktische opleidingen betekent dit dat een vaardigheid niet alleen tijdens de opleiding geoefend hoeft te worden.

Ook daarna zijn momenten van herhaling en toepassing waardevol.


Waarom vaardigheden extra aandacht verdienen

Bij praktische vaardigheden speelt nog iets anders.

Je kunt weten hoe iets moet, zonder het daadwerkelijk goed te kunnen uitvoeren.

Denk bijvoorbeeld aan:

  • een AED gebruiken;

  • borstcompressies uitvoeren;

  • een ernstige bloeding behandelen;

  • een slachtoffer beoordelen;

  • een kind helpen;

  • een slachtoffer veilig benaderen;

  • of volgens een vaste systematiek handelen.

Een instructievideo bekijken is iets anders dan de handeling uitvoeren.
Een stappenplan kunnen opnoemen is iets anders dan dat stappenplan onder tijdsdruk toepassen.
En een handeling vandaag goed kunnen uitvoeren betekent niet automatisch dat je diezelfde handeling maanden later nog even vaardig uitvoert.
Daarom vraagt het onderhouden van praktische competentie om daadwerkelijk oefenen.


Oefenen maakt kennis toepasbaar

Effectief leren bestaat dus uit meer dan informatie aanbieden.

Je wilt dat iemand:
informatie begrijpt → kennis ophaalt → de kennis toepast → feedback krijgt → opnieuw oefent.

Daarbij kan realistische oefening belangrijk zijn.
Een scenario waarin iemand moet herkennen wat er gebeurt, prioriteiten moet stellen en vervolgens moet handelen, benadert de werkelijkheid beter dan alleen het beantwoorden van theoretische vragen.

Voor eerste hulp is dat relevant omdat een echte noodsituatie zelden netjes is georganiseerd.
Er is geen hoofdstuknummer.
Geen antwoordformulier.
Geen docent die zegt welke stap nu aan de beurt is.

Er is een situatie.
En de hulpverlener moet daarbinnen handelen.


Feedback: weten waar je moet verbeteren

Oefenen wordt bovendien waardevoller wanneer je feedback krijgt.
Feedback maakt zichtbaar:

  • wat goed gaat;

  • welke stap wordt overgeslagen;

  • welke kennis onvoldoende beschikbaar is;

  • waar een handeling niet optimaal wordt uitgevoerd;

  • en waar verdere oefening nodig is.

Daarmee wordt oefenen niet alleen een manier om te herhalen, maar ook een manier om fouten vroegtijdig zichtbaar te maken.

Voor vaardigheden waarbij fouten grote gevolgen kunnen hebben, is dat bijzonder belangrijk.


Wat betekent dit voor opleidingen?

De inzichten uit de leerpsychologie leiden tot een belangrijke conclusie:

Een opleiding is geen eindpunt van leren.
Een opleiding zorgt ervoor dat kennis en vaardigheden worden opgebouwd.
Daarna begint het proces van onderhouden.

Dat kan door:

  • kennis actief op te halen;

  • regelmatig te oefenen;

  • leeractiviteiten over de tijd te verspreiden;

  • realistische scenario's te gebruiken;

  • feedback te ontvangen;

  • en kennis en vaardigheden opnieuw toe te passen.

De vraag verschuift daarmee van:
“Heb je dit ooit geleerd?”

naar:
“Kun je dit nog steeds toepassen wanneer het nodig is?”

Dat is een wezenlijk verschil.


De vergeetcurve als reminder

De vergeetcurve van Ebbinghaus vertelt ons niet precies hoeveel iemand op een bepaald moment vergeten is.

De waarde van de curve zit vooral in het principe:

Wat we niet gebruiken, ophalen of oefenen, wordt minder gemakkelijk beschikbaar.
Modern onderzoek naar retrieval practice en gespreid leren laat vervolgens zien dat we daar invloed op hebben. Door kennis actief op te halen en leeractiviteiten over de tijd te verspreiden, kunnen we langdurige retentie ondersteunen (Cepeda et al., 2006; Roediger & Karpicke, 2006).

Voor praktische vaardigheden komt daar een belangrijke aanvulling bij:
Vaardigheden moet je niet alleen kennen, maar blijven uitvoeren.
Leren is daarom geen eenmalige gebeurtenis.

Het is een proces van:
leren → ophalen → oefenen → feedback krijgen → opnieuw toepassen
En misschien is dat wel de belangrijkste les van de vergeetcurve:
Je hoeft je niet te schamen dat je iets vergeet. Je moet ervoor zorgen dat je belangrijke kennis en vaardigheden opnieuw tegenkomt voordat je ze écht nodig hebt.


In het kort

We vergeten.
Zonder herhaling wordt informatie minder gemakkelijk toegankelijk.

Actief ophalen helpt.
Door kennis uit je geheugen te halen, oefen je niet alleen je geheugen maar versterk je ook het leren.

Gespreid oefenen werkt.
Meerdere leermomenten verspreid over de tijd ondersteunen langdurige retentie.

Vaardigheden moet je uitvoeren.
Weten hoe iets moet, betekent niet automatisch dat je het onder druk goed kunt uitvoeren.

Leren stopt niet na een opleiding.
Het onderhouden van kennis en vaardigheden vraagt om regelmatig ophalen, oefenen en toepassen.


Wetenschappelijke bronnen

Ebbinghaus en de vergeetcurve

Ebbinghaus, H. (1913). Memory: A contribution to experimental psychology (H. A. Ruger & C. E. Bussenius, Trans.). Teachers College, Columbia University. (Original work published 1885). Lees de publicatie →

Replicatie van de vergeetcurve

Murre, J. M. J., & Dros, J. (2015). Replication and analysis of Ebbinghaus' forgetting curve. PLOS ONE, 10(7), e0120644. Lees het onderzoek →

Gespreid leren
Cepeda, N. J., Pashler, H., Vul, E., Wixted, J. T., & Rohrer, D. (2006). Distributed practice in verbal recall tasks: A review and quantitative synthesis. Psychological Bulletin, 132(3), 354–380. Lees het onderzoek →

Retrieval practice en het testing effect

Roediger, H. L., & Karpicke, J. D. (2006). The power of testing memory: Basic research and implications for educational practice. Perspectives on Psychological Science, 1(3), 181–210. Lees het onderzoek→

Test-enhanced learning

Roediger, H. L., & Karpicke, J. D. (2006). Test-enhanced learning: Taking memory tests improves long-term retention. Psychological Science, 17(3), 249–255. Lees het onderzoek →